Kattenliefhebbers versus hondenliefhebbers, het is een discussie die al zo lang duurt als het internet bestaat. Maar de wetenschap heeft zich ermee bemoeid en het verdict is binnen. Niet één, maar meerdere onderzoeken wijzen dezelfde kant op. Spoiler: als je een kat hebt, mag je je officieel een tikkeltje slimmer voelen.
Psycholoog Denise Guastello van Carroll University in Wisconsin onderzocht 600 studenten en de resultaten waren behoorlijk opvallend. Mensen die zichzelf als "kattenmens" bestempelden, scoorden consistent hoger op intelligentietests dan de zelfverklaarde hondenmensen. Daarnaast bleken kattenliefhebbers vaker introvert, gevoeliger en meer open-minded te zijn. Ze zijn het type dat liever met een boek op de bank zit dan een rondje door het park maakt.
Maar laten we eerlijk zijn: hondenmensen hebben ook serieuze troeven. Zij scoorden namelijk hoger op extraversie en waren merkbaar energieker en socialer. Ze zijn de mensen die op elk feestje als eerste een gesprek aanknopen en die je altijd tegenkomen in het park, hond aan de lijn, praatje hier, praatje daar.
Het is niet alleen Guastello die dit heeft gevonden. Al in 2010 deed psycholoog Samuel Gosling van de University of Texas een grootschalig onderzoek onder maar liefst 4.565 deelnemers. Hij gebruikte het gevestigde Big Five persoonlijkheidsmodel en vond dat hondenmensen extraverter, vriendelijker en consciëntieuzer waren, terwijl kattenmensen hoger scoorden op openheid en nieuwsgierigheid. Precies de eigenschappen die worden gelinkt aan intellectuele en creatieve types.
In 2017 publiceerden Guastello en collega's van de University of Florida en Marquette University een vervolgstudie onder 418 studenten met de uitgebreide 16PF persoonlijkheidstest. Het resultaat? Kattenmensen scoorden opnieuw hoger op redeneren, abstract denken en zelfstandigheid. De onderzoekers omschreven het typische kattenmens als creatief, onconventioneel en intellectueel nieuwsgierig, terwijl hondenmensen juist warm, sociaal en groepsgericht bleken te zijn.
Drie onderzoeken, drie keer dezelfde trend. Dat is geen toeval meer.
En hier wordt het pas echt leuk. Want hoewel kattenmensen dan misschien slimmer zijn, geldt dat absoluut niet voor hun huisdier. Neurowetenschapper Suzana Herculano-Houzel van Vanderbilt University telde voor het eerst het aantal neuronen in de hersenen van verschillende diersoorten. Het resultaat: honden hebben zo'n 530 miljoen neuronen in hun hersenschors, tegenover slechts 250 miljoen bij katten. Dat is meer dan het dubbele. Honden kunnen dus complexer denken, sneller leren en beter problemen oplossen dan katten.
Je kat kijkt je misschien aan alsof hij alles beter weet, maar wetenschappelijk gezien is je hond de slimmere van de twee. Overigens ontdekte Herculano-Houzel ook dat wasbeertjes evenveel neuronen hebben als honden, maar dan in een brein ter grootte van een kat. Stiekem de slimste van het hele stel dus.
Voordat je denkt dat je kat je op magische wijze intelligenter maakt: het gaat hier om correlatie, niet om causatie. De verklaring is eigenlijk vrij logisch. Introverte, meer intellectueel ingestelde mensen kiezen vaker voor een kat. Een kat hoeft niet uitgelaten te worden, is onafhankelijk en past perfect bij iemand die graag thuisblijft om te lezen, te werken of creatief bezig te zijn. Guastello zei het zelf treffend: als je introvert en gevoelig bent, zit je waarschijnlijk liever thuis met een boek terwijl je kat naast je ligt.
Hondenmensen zijn juist het tegenovergestelde. Ze zijn actiever, brengen meer tijd buitenshuis door en investeren hun energie in sociale contacten en beweging. De onderzoekers van het Gosling-onderzoek suggereren bovendien dat honden als huisdier simpelweg "conventioneler" zijn, ze zijn al minstens 14.000 jaar onze trouwe metgezellen. Mensen die voor het minder voor de hand liggende huisdier kiezen, zijn dan misschien ook in andere opzichten wat onconventioneler en nieuwsgieriger.
Helemaal waterdicht zijn de conclusies niet. Bij het eerste Guastello onderzoek noemde 60% zichzelf hondenmens, terwijl slechts 11% koos voor kattenmens, dat is een behoorlijk scheef verdeelde groep. En alle drie de studies werkten met studenten, dus het is de vraag of de resultaten ook gelden voor andere leeftijdsgroepen. Bovendien mat het Gosling onderzoek, ondanks de grote steekproef, geen intelligentie maar alleen persoonlijkheid.
Maar als drie onafhankelijke onderzoeken vanuit verschillende invalshoeken dezelfde richting op wijzen, zit er toch echt wel iets in.
De conclusie is eigenlijk best geruststellend voor beide kampen. Ben je een kattenliefhebber? Dan heb je statistisch gezien een streepje voor op de klassieke intelligentietests. Hou je meer van honden? Dan ben je waarschijnlijk socialer, energieker en emotioneel sterker. Het is niet zozeer een kwestie van wie slimmer is, maar van een ander soort slim.
Bronnen: Gosling, Sandy & Potter (2010) - University of Texas, Guastello (2014) - Carroll University, Guastello, Guastello & Guastello (2017) - Human-Animal Interaction Bulletin, Herculano-Houzel et al. (2017) - Vanderbilt University, LiveScience.
Liefs, Vera